Reuzenchampignon.jpgReuzenchampignon.

De reuzenchampignon is een paddenstoel die zijn naam eer aan doet. De hoed van volgroeide exemplaren kan een diameter van 25 centimeter bereiken.
De basiskleur van de hoed is beige, maar het hoedoppervlak is bedekt met roodbruine vezels die in het centrum dichter bijeen staan dan aan de rand.
De plaatjes aan de onderzijde zijn aanvankelijk bleekroze om via bruinroze uiteindelijk te verkleuren tot donker chocoladebruin. De steel van de paddenstoel is 2 tot 4 centimeter dik en voorzien van een hangende witte ring. Beneden die ring is hij bedekt met witte of roodbruine schubben.
Bij kneuzing verkleurt het steeloppervlak geel.
De reuzenchampignon is een weinig algemene soort die leeft van de afbraak van dood plantaardig materiaal. Hij groeit op open plekken in bossen, aan bosranden en onder bomen in parken en tuinen.
De paddenstoel schijnt menselijke activiteit goed te verdragen, want hij verschijnt dikwijls op plaatsen waar de bodem is omgewoeld of verstoord.
De reuzenchampignon is uitstekend eetbaar. Champignons langs wegen of op vervuilde grond kan men echter beter laten staan, want het mycelium kan zware metalen zoals cadmium tot zeer hoge concentraties (> 50 mg/kg drooggewicht) in zijn vruchtlichamen ophopen.
Ook het element selenium is in relatief hoge concentraties in de zwam aangetroffen.
Jonge, verse exemplaren van de paddenstoel ruiken naar bittere amandelen. Die geur wordt veroorzaakt door vluchtige chemische stoffen, zoals benzaldehyde, benzylalcohol en 4-hydroxybenzaldehyde.
Oude reuzenchampignons zijn dikwijls aangetast door insektenlarven